logo

Culinaire hoogstandjes.

Het is een bekende uitspraak, “De liefde van een man gaat door de maag.”  Ook op zee geldt dat voor de meeste vissers. Wanneer er goed gegeten word is de sfeer toch beter dan wanneer er een slechte warme prak op de tafel verschijnt. Toch gebeurd het vaak genoeg dat er een slechte combinatie van voedsel op de tafel wordt neergezet. Meestal zijn dit de kunsten en tevens verdiensten van de net van school afkomende,  beginnende koks. Zelf heb ik ook wel eens grote blunder begaan wat betreft het klaar maken van de warme maaltijd.

Elke visserman heeft als tiener, of nog jonger, de golven en bijkomende zee ziekten moet trotseren voordat er pas echt besloten werd dat je visserman zou gaan worden. Eigenlijk ook wel logisch of beter gezegd een natuurlijk proces.  Wanneer je nooit mee zou gaan met een vissersschip kon je ook niet weten van te voren wat je te wachten. Vele haken af wanneer ze te veel last van zee ziekte hebben, niet tegen het onregelmatige leven kunnen of zich niet prettig voelen bij het sociale isolament waarin je verkeerd op zee. Voor mij was het, gelukkig, een ander verhaal.

Ik mocht mee voor een eerste reis met de kotter. Mijn oom, het broertje van mijn moeder, voer op het desbetreffend vissersschip en was tevens ook nog eens kok. Het viel hem tegen dat ik geen last kreeg van zee ziekte waardoor hij mij daarmee niet kon treiteren. Voor mij was die reis een ware openbaring. Zoiets moois dan een open zee had ik tot dan toe nog nooit gezien. Op een of andere manier kan ik het nog steeds voor de geest halen hoe mooi blauwgroen de zee was op het moment dat ik de stuurhut, ook wel brug genoemd, in stapte. Mijn mond viel bijna letterlijk open van verbazing. Ik vond het geweldig.  De rust en ruimte die om je heen was, het gevoel van vrijheid ondanks dat je op een schuitje zit waar je niet zomaar van af kon stappen. Dat was het moment om de knoop door te hakken, het moment dat ik wist dat ik visserman wilde worden.

Die eerste reis ging dan ook veel te snel voorbij. Het leek wel in een zucht voorbij te gaan. Voor je het wist zat ik al weer bij mijn ouders thuis op de bank. Mijn moeder was opgelucht dat haar zoon weer heelhuids de deur bij binnen stapte, mijn vader trots en  lichtelijk toch wat jaloers. Ook hij wilde vroeger visser worden maar heeft daarin niet doorgezet omdat hij telkens wel last had van zee ziekte wanneer hij naar zee ging. Na vier jaar lang, elke vakantie mee te zijn geweest met een Urker oom van mijn vader, gaf hij er de brui aan. Hij werd kruidenier, dan wist hij zeker dat hij geen last meer ging hebben van zee ziekte.

Bij thuiskomst deelde ik dan ook vrolijk mee dat ik die aankomende week gewoon weer mee wilde met de kotter. Er was alleen een voorwaarde, die mijn oom hieraan had gesteld, ik moest koken. Nog nooit had ik 1 aardappel gekookt. Ik wist überhaupt niet hoe ik bami moest maken. Toch moest ik koken van mijn oom anders mocht ik niet mee. Iets wat nou net niet de bedoeling was.
Ik wilde zo graag weer mee op een visreis dat ik ermee instemde. Veel later begreep ik pas dat dit voor mijn oom een goed excuus was waardoor hij niet zelf hoefde te koken. Hoe je het dan ook wil noemen, ik vond het ‘uitgekookt’ van hem.

Er werd mij plechtig beloofd dat ik evengoed geholpen ging worden wanneer er gekookt moest worden. Ik hoefde niet de juiste soorten combinaties vlees en groenten bij elkaar te pakken. Dat deed mijn oom wel. Ook de boodschappen hoefde ik niet te bestellen want daar had ik, volgens mijn oom, toch nog geen kijk op. Nee, ik had de simpele taak om alleen maar aardappelen te schillen en koken, groente klaar te maken en vlees te bakken voor de warme prak. ‘S avonds hoefde ik alleen maar brood op tafel neer te zetten en in de ochtend 7  eitjes te koken. Alleen moesten die eitjes dan wel weer precies 7 minuten gekookt worden want anders was het niet lekker.

In mijn ogen was het een makkie, iets wat ik wel in een hand omdraai van plan was te doen. Ik bleek van een koude Kermis thuis te komen. Het eerste ontbijt wat ik op tafel zetten was gelukkig wel goed. De eitjes had ik zonder stopwatch of timer goed gekookt. Eigenlijk kon je daar ook niet veel aan verprutsen. Het middag eten gaf mij een wijze levens les die mij tot de dag van vandaag bij blijft.

Alles was klaar gezet om die dag Stimpestamp te eten, ook wel bekend als andijvie, aardappelen en spekjes door mekaar geprakt. Daarbij moesten er ook saucijzeworst gebakken worden. Na dik driekwartier kneuteren en zwoegen was ik eindelijk klaar. De mannen, die ondertussen vis hadden verwerkt, kwamen van dek af om aan te schuiven voor hun warme maaltijd. De borden werden volgeschept,  de worsten gesneden en de eerste happen genomen. Niets bijzonders totdat een van de mannen zijn eten uitspugde in de prullenbak.

‘Wat heb jij gekookt man? Wie heeft je leren koken?’ Vroeg hij tamelijk pissig aan mij. Ik zat met mij bek vol tanden en wist niet goed wat ik op dat moment moest antwoorden. Op dat moment durfde ik niet toe te geven dat dit mijn eerste warme maaltijd was die ik bereid had. Mijn oom die tegenover mij zat keek mij met grote ogen aan. Hij nam op dat ook een hap van zijn eten waardoor hij ook in de gaten kreeg dat er iets niet pluis was.
Hij stond op met zijn bord in de handen en liep naar de koelkast toe.

Met een lach op zijn gezicht kwam hij weer terug waardoor mijn gezicht waarschijnlijk nogal rood aanliep.
‘Hij heeft de sla gekookt in plaats van de andijvie!’ Schaterlachde mijn oom op dat moment. Wist ik veel, ik had gewoon de groene kroppen gepakt die ik van hem moest snijden. Ik was niet eens van mijn fout bewust geweest tot op dat moment. Mijn domme fout  leverde 5 lachende gezichten.

Snel probeerde ik mijn fout te herstellen door de frituurpan aan te zetten. Iets wat van de mannen niet meer hoefde, dat kon ik bewaren voor bij het brood eten ‘S avonds. De sauzcijenworsten werden dan nog wel opgegeten en gelukkig was er vla waardoor toch iedereen nog iets kon eten. Maar het lachwekkende verhaal was, in mijn ogen helaas, wel geboren.

Een wijze les had ik dan ook geleerd. Verse andijvie is langwerpig en sla rond. Ach, 15 jaar later kan ik er ook wel om lachen, toch heb ik me er lang voor geschaamd. Totdat er een dag was dat een andere visserman mij vertelde dat hij exact dezelfde fout had gemaakt op jonge leeftijd. Daardoor voelde ik me niet meer het ‘dompie’ dan voorheen want ik was niet de enige die zo’n fout maakte.

Gelukkig is fouten maken heel menselijk. Het gaat er alleen om hoe jezelf met die fouten om ging. Hoe creatief je met ingrediënten kan zijn, hoe creatiefer, hoe beter. Het kon alleen ook nog heel anders dan mijn creativiteit. Een frituurpan werd meer gezien voor wanneer er nood aan de man zou zijn. Gelukkig maakte ik een kok mee die vreselijke creatief kon zijn ook al was het daarna niet meer te eten.

Ik voer ondertussen al een aantal jaren als machinist waardoor ik niet meer hoefde te koken. Het is namelijk normaal dat wanneer er niemand aan boord de kok wil zijn, automatische de jongste of de laatst aan boord gekomen visserman naar voren wordt geschoven om deze klus te doen. Ook al was ik ver uit de jongste van het stel, de koksklussen gingen mooi aan mijn neus voorbij.

Onze toenmalige kok was absoluut geen werelkok. Hij kon zich wel redden en maakte altijd de maaltijd op tijd klaar. Toch was hij geen Gorden Ramsey of Herman den Blijker en een Michellin ster zou hij al helemaal niet krijgen. Maar daar in tegen was hij misschien juist wel creatiever dan deze twee koks bij elkaar. De desbetreffende kok, niet de kok van de vorige blog, was absoluut geen culinair wonder hij kon alleen van net niets iets maken.

Zo zouden wij op een dag bami eten. Dat had hij beloofd, wij keken dan ook reikhalzend uit naar de warme maaltijd.
Bij het binnen komen kregen wij de schrik van leven. In de pan zat geen Bami, geen Nasi, geen Macaroni, geen spaghetti of iets wat op eten leek. Nee hoor, het was een wirwar van ingrediënten geworden.

‘Macabasi’ noemde hij, nogal trots, zijn culinaire hoogstandje toen wij vroegen wat hij dan wel op tafel had gezet. Vrolijk zonder schaamte vertelde hij dat het een combinatie was van Nasi vlees, Macaroni kruiden, Macaroni roerbakgroente en Bami. Omdat hij niet goed wist of het nou meer Nasi, Macaroni of Bami was had hij er voor de zekerheid toch maar een beetje satésaus bij gemaakt en ook maar ketchup op tafel gezet. Het zorgde voor verontwaardigde blikken waar toch wel enig gelach vanaf kwam. Hij had van alle 4 de gerechten te kort besteld bij de plaatselijke supermarkt waardoor hij niet 1 goede normale maaltijd op tafel kon zetten.

We noemde het maar een creatief culinair hoogstandje van de kok met, zoals later zou blijken, een heerlijk aperitiefje. Ook al wist niemand exact waar het naar smaakte, iedereen probeerde het te eten, alleen niemand kreeg het bord leeg. Waardoor de pan met ‘Macabasi’ werd omgedoopt tot vissen en meeuwen voer. Aan de ene kant zonde van het eten, aan de keerzijde van de medaille was het weer  een goed excuus om de frituurpan aan te zetten en een paar vers gevangen tongen te bakken. Waardoor iedereen toch nog zijn buik rondom gelukkig gevuld kreeg.

Mijn ervaring met het verwisselen van de sla en de andijvie bleek nog dus lang niet zo erg te zijn als de ‘Macabasi’ die ik een aantal jaren later te eten kreeg. Gelukkig maar dat wij, wanneer het eten mislukt of te kort is, verse vis vangen waarop wij altijd kunnen terugvallen.

 

Webservice door: TexelOnline.com